ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant, laatstelijk werkzaam als controller/bedrijfseconoom, meldde zich ziek wegens stressklachten, benauwdheid en bronchitis terwijl hij een WW-uitkering ontving. Na onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werden geen lichamelijke of psychische beperkingen vastgesteld en werd appellant per 2 april 2007 als geschikt voor arbeid verklaard. Het Uwv weigerde daarop de Ziektewetuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat er geen aanwijzingen waren dat appellant ongeschikt was voor zijn arbeid. In hoger beroep voerde appellant aan dat de rechtbank ten onrechte geen medisch onderzoek had laten instellen en bracht een verklaring van zijn huisarts in. De Raad oordeelde dat deze informatie geen nieuw licht wierp op de medische situatie en dat de eerdere procedure met de Arbeidsvoorziening niet vergelijkbaar was.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant medisch gezien geschikt is voor zijn arbeid en dat de weigering van de Ziektewetuitkering terecht is. Er was geen aanleiding voor aanvullend medisch onderzoek of toepassing van bestuursrechtelijke sancties.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellant medisch geschikt is voor zijn arbeid.