ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5881
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet voldoen aan ingezetenschapsvereiste
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin zijn beroep tegen de weigering van een Wajong-uitkering ongegrond werd verklaard. Het bezwaar was gericht tegen het besluit van het UWV om de arbeidsongeschiktheid van appellant buiten aanmerking te laten, omdat hij op het moment van ingezetenschap al volledig arbeidsongeschikt was en niet voldeed aan de leeftijds- en ingezetenschapscriteria van artikel 10 Wajong Pro.
De Raad stelt vast dat het UWV binnen zijn beleidsruimte is gebleven bij de toepassing van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die afwijking van dit beleid rechtvaardigen. Appellant voerde aan dat er onterecht onderscheid werd gemaakt tussen Nederlanders en niet-Nederlanders, omdat hij een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd bezit en daarmee feitelijk burger van Nederland is.
De Raad oordeelt dat de wet geen onderscheid maakt op grond van nationaliteit maar op ingezetenschap, waarbij ingezetene wordt gedefinieerd als degene die in Nederland woont. Gezien appellant pas op 28 november 2000 ingezetene werd en toen al volledig arbeidsongeschikt was, voldeed hij niet aan de voorwaarden om aanspraak te maken op de uitkering. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.