ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5932

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
21 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2469 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering bij minder dan 15% arbeidsongeschiktheid

Appellant had zijn WAO-uitkering in 2003 laten intrekken op grond van de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden. In 2006 verzocht hij om heropening van deze uitkering, maar het UWV weigerde dit omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.

De rechtbank Breda verklaarde het beroep tegen deze weigering ongegrond. Zij oordeelde dat de verzekeringsartsen de benutbare mogelijkheden juist hadden vastgesteld en dat in de functionele mogelijkhedenlijst (FML) van mei 2006 voldoende rekening was gehouden met de beperkingen van appellant, waaronder staan, lopen, en blootstelling aan stof, rook en koude. Er was geen aanvullende medische informatie die meer beperkingen aantoonde.

Ook arbeidskundig waren de functies die aan de schatting ten grondslag lagen, zoals productiemedewerker en chauffeur, passend gekozen. In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe medische gegevens aan, waardoor de Raad geen aanleiding zag om het oordeel van de rechtbank te wijzigen of nader medisch onderzoek te gelasten.

De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2009.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot heropening van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

08/2469 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 14 maart 2008, 07/1481 (hierna: de aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: het Uwv).
Datum uitspraak: 21 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.M.A. Leijser, advocaat te Tilburg, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juli 2009, waar appellants gemachtigde, met voorafgaand bericht, niet is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. B.H.C. de Bruijn.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 25 juli 2006 heeft het Uwv geweigerd om appellants uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), die in 2003 met toepassing van de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden was ingetrokken, per 15 februari 2006 te heropenen, onder de overweging dat de mate van zijn arbeidsongeschiktheid op laatstgenoemde datum minder dan 15% was.
2. Nadat dit besluit bij beslissing op bezwaar van 13 februari 2007 (hierna: het bestreden besluit) was gehandhaafd, heeft de rechtbank Breda het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3.1. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verzekeringsartsen terecht benutbare mogelijkheden hebben aangenomen en dat in de FML van 11 mei 2006 rekening is gehouden met de beperkingen en belastbaarheid van appellant. De door appellant gestelde beperkingen ten aanzien van staan, lopen, stof/rook/gassen/dampen en koude zijn daarin meegenomen. Er is verder geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat appellant meer beperkingen heeft dan de verzekeringsartsen hebben aangenomen.
3.2. Arbeidskundig zijn de functies productiemedewerker pluimveeslachterij (sbc-code 271070), productie-/montagemedewerker (sbc-code 111180) en chauffeur/besteller (sbc-code 111230) naar het oordeel van de rechtbank terecht aan de schatting ten grondslag gelegd.
4. In hoger beroep heeft appellants gemachtigde verwezen naar de in beroep en bezwaar ingediende gronden.
5. De Raad ziet in hetgeen namens appellant is aangevoerd enkel een herhaling van hetgeen hij reeds eerder naar voren heeft gebracht. De rechtbank heeft gemotiveerd aangegeven dat die gronden niet slagen. Nu het hoger beroep ook overigens niet is onderbouwd met nadere (medische) gegevens, zijn er onvoldoende aanknopingspunten om tot een ander oordeel te komen dan is neergelegd in de aangevallen uitspraak of om over te gaan tot het instellen van een nader medisch onderzoek.
6. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
7. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J.W. Schuttel en I.M.J. Hilhorst-Hagen als leden, in tegenwoordigheid van A.L. de Gier als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2009.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) A.L. de Gier.
EV