ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6108
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake herroeping ontslagambtenaar
De zaak betreft een verzoek van het College van dijkgraaf en heemraden van een waterschap om een voorlopige voorziening in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. De rechtbank had geoordeeld dat het ontslagbesluit van een ambtenaar onrechtmatig was omdat de werkgever niet aan zijn verplichtingen had voldaan. De voorzieningenrechter beoordeelt of het ontslagbesluit per direct herroepen moet worden.
De ambtenaar was per 1 juli 2001 eervol ontslagen uit zijn functie en vanaf die datum ambtenaar in algemene dienst. Hij maakte gebruik van een pré-vutregeling en vroeg later eervol ontslag onder voorwaarde dat de werkgever aan zijn financiële verplichtingen zou voldoen. De werkgever verleende het ontslag onder voorbehoud van toekenning van een uitkering. De rechtbank stelde vast dat de werkgever ook verplichtingen had uit een eerdere overeenkomst uit 1998 en dat de ambtenaar terecht voorwaarden aan het ontslag had verbonden.
De voorzieningenrechter stelt dat de vermeende tekortkomingen financieel van aard zijn en ook na het ontslag kunnen worden hersteld. Er is geen noodzaak voor onmiddellijke herroeping van het ontslagbesluit. Het spoedeisend belang ontbreekt daarom. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de werkgever wordt veroordeeld in de proceskosten van de ambtenaar.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.