ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij studiefinancieringsbesluit
Betrokkene maakte bezwaar tegen het uitblijven van een besluit op haar verzoek om een aanvullende studiefinancieringsbeurs. Appellante verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank oordeelde echter dat er nog geen besluit was genomen omdat de inkomensgegevens van de vader van betrokkene ontbraken, waardoor het bezwaar ontvankelijk was. Vervolgens stelde appellante de aanvullende beurs vast op het maximumbedrag, waarmee het geschil feitelijk werd beëindigd.
In hoger beroep stelde appellante dat het bezwaar onontvankelijk was omdat betrokkene niet binnen de wettelijke termijn bezwaar had gemaakt tegen het besluit waarin de aanvullende beurs op € 0,-- was gesteld. De Raad overwoog dat sinds de aanvullende beurs was vastgesteld op het maximum, er geen geschil meer bestaat en dat het belang van appellante om een principieel oordeel te verkrijgen niet voldoende is voor ontvankelijkheid.
De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang en veroordeelde appellante in de proceskosten van betrokkene. Tevens werd griffierecht geheven. De uitspraak bevestigt dat de administratieve rechter alleen rechtsvragen behandelt indien een actueel geschil over een bestuursbesluit bestaat.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.