ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6531
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf oktober 2000 een bijstandsuitkering samen met zijn echtgenote. Naar aanleiding van onderzoek naar verborgen bankrekeningen en verblijf in België besloot het College de bijstand in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende inzicht gaf in het verloop van zijn bankrekeningen, waaronder een ABN AMRO rekening met een storting die de vermogensgrens overschreed. Tevens verrichtte appellant werkzaamheden waarvoor normaal gesproken een beloning wordt verkregen, maar hij leverde geen objectieve gegevens over de aard en omvang daarvan.
De Raad bevestigde dat schending van de inlichtingenverplichting een rechtsgrond vormt voor intrekking en terugvordering van bijstand als het recht daarop niet kan worden vastgesteld. Omdat appellant niet slaagde in het bewijs dat hij recht had op bijstand, was het College bevoegd tot intrekking en terugvordering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand wordt bevestigd.