ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6532
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WUV-uitkering wegens ontbreken bevestiging vrijheidsberoving en excessief geweld
Appellant, geboren in 1933 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in 2003 om een uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). Zijn aanvraag werd afgewezen omdat hij geen vervolging in de zin van de Wet had ondergaan en de omstandigheden waaronder hij de oorlog doorbracht niet met vervolging gelijkgesteld konden worden.
Appellant stelde bij een herzieningsverzoek dat hij vrijheidsberoving had ondergaan in het jongenskamp Sompok te Semarang en dat bij de arrestatie van zijn moeder excessief geweld was gebruikt. Verweerster weigerde dit verzoek omdat deze nieuwe feiten niet door officiële bronnen werden bevestigd en de verklaringen over excessief geweld onvoldoende consistent waren.
De Raad oordeelde dat de weigering tot herziening terecht was, omdat alleen officiële bevestiging van vrijheidsberoving aanleiding tot herziening zou geven en de verklaringen van appellant en zijn broers onvoldoende waren. Ook de aanvullende verklaring over de arrestatie van de moeder kon het oordeel niet wijzigen.
Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra op 20 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de weigering tot herziening van de WUV-uitkering wordt ongegrond verklaard.