ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6544
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hernieuwde aanvraag vervolgingsslachtoffer op grond van terughoudende toets
Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren een aanvraag ingediend om erkend te worden als vervolgingsslachtoffer en een periodieke uitkering te ontvangen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. De eerste aanvraag in 1993 en een hernieuwde aanvraag in 1994 werden afgewezen omdat het verblijf van appellant in een opvangkamp niet als vervolging werd beschouwd. Een latere aanvraag in 1998, waarin appellant ook mishandelingen en internering tijdens de Japanse bezetting aanvoerde, werd eveneens afgewezen en het beroep daartegen werd in 2002 ongegrond verklaard.
In oktober 2006 diende appellant opnieuw een aanvraag in, die werd aangemerkt als een verzoek tot herziening van eerdere besluiten. Verweerster wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar. Appellant stelde beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat de toets bij een verzoek tot herziening terughoudend is en dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden die bij eerdere besluitvorming niet bekend waren en die aanleiding geven tot herziening, tot een ander besluit kunnen leiden. De Raad constateerde dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd die dit vereisten. De nieuwe getuigenverklaring was niet gebaseerd op eigen waarneming en de gegevens van lotgenoten bevestigden het relaas van appellant niet objectief. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de hernieuwde aanvraag tot erkenning als vervolgingsslachtoffer wordt ongegrond verklaard.