Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6555

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
27 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-2502 WUV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding premie particuliere ziektekostenverzekering niet als extra kosten erkend onder Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers

Appellant, erkend als vervolgingsslachtoffer met psychische klachten gerelateerd aan de vervolging, verzocht vergoeding van de premie van zijn particuliere ziektekostenverzekering. De Pensioen- en Uitkeringsraad wees dit verzoek af omdat deze premie tot de algemeen gebruikelijke kosten wordt gerekend en niet als bijzondere kosten onder de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers valt.

Appellant voerde aan dat hij vanwege lange wachttijden in het openbare zorgsysteem voor een particuliere verzekering koos en de kosten niet kon dragen vanwege zijn lage inkomen. De Raad overwoog echter dat alleen kosten die hoger zijn door ziekten of gebreken als gevolg van de vervolging voor vergoeding in aanmerking komen.

Omdat niet is gesteld of gebleken dat appellant een hogere premie of extra kosten heeft vanwege zijn psychische klachten, oordeelde de Raad dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en vergoeding van de premie van de particuliere ziektekostenverzekering wordt afgewezen.

Uitspraak

08/2502 WUV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
in het geding tussen:
[appellant] (Australië), (hierna: appellant),
en
de Raadskamer WUV van de Pensioen- en Uitkeringsraad (hierna: verweerster)
Datum uitspraak: 27 augustus 2009
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een door verweerster onder dagtekening 31 januari 2008, kenmerk BZ 47349, JZ/P60/2008, ten aanzien van hem genomen besluit ter uitvoering van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (hierna: Wet), verder: bestreden besluit.
Verweerster heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 juli 2009. Appellant is niet verschenen en verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. den Held, werkzaam bij de Pensioen- en Uitkeringsraad.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant, geboren in 1927 in het voormalige Nederlands-Indië, is erkend als vervolgde in de zin van de Wet. Aanvaard is dat zijn psychische klachten in verband staan met de vervolging. Met ingang van 1 november 2005 zijn aan appellant toegekend een periodieke uitkering en diverse voorzieningen en met ingang van 1 februari 2007 zijn nog aanvullende voorzieningen aan hem verstrekt.
1.2. Appellant heeft in juni 2007 aan verweerster verzocht om vergoeding van de door hem betaalde premie voor een particuliere ziektekostenverzekering ten bedrage van $ 282,80 per maand. Verweerster heeft hierop afwijzend beslist bij besluit van 21 augustus 2007 op de grond dat dit algemeen gebruikelijke kosten zijn en behoren tot het normale levens- en bestedingspatroon. Deze afwijzing is na bezwaar gehandhaafd bij het in dit geding bestreden besluit, waarbij nog is overwogen dat niet is gebleken dat appellant op grond van zijn vervolgingsgerelateerde psychische klachten voor zijn ziektekostenverzekering een beduidend hogere premie moet betalen dan gebruikelijk is.
2.1. Appellant heeft in beroep zijn in bezwaar naar voren gebrachte standpunt herhaald, inhoudende dat hij vanwege lange wachttijden in het “openbare systeem” heeft gekozen voor deze particuliere verzekering en dat hij, gezien de hoge kosten van levensonderhoud en zijn lage inkomen, de kosten hiervan niet kan dragen.
2.2. Verweerster heeft aangevoerd dat de kosten van premie van ziektekostenverzekering alleen voor vergoeding in aanmerking komen als sprake is van extra kosten die gemaakt moeten worden vanwege de aan de vervolging gerelateerde klachten.
3. Raad moet de vraag beantwoorden of het bestreden besluit, gelet op hetgeen in beroep is aangevoerd, in rechte stand kan houden. Hij beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt.
3.1. Zoals de Raad reeds eerder heeft uitgesproken (15 februari 1991, WUV 1989/524, LJN AI3199) dient de premie van een ziektekostenverzekering gerekend te worden tot de algemeen gebruikelijke kosten en kan deze dus niet worden aangemerkt als extra of bijzondere kosten in de zin van de Wet. Dit is slechts anders als moet worden vastgesteld dat ten gevolge van ziekten of gebreken als gevolg van de vervolging ontstaan of verergerd een hogere premie en/of een hoger eigen risico wordt berekend.
3.2. Gesteld noch gebleken is dat appellant extra kosten in voornoemde zin heeft moeten maken in verband met zijn psychische klachten.
4. Gezien het vorenstaande dient het beroep van appellant ongegrond te worden verklaard.
5. De Raad acht ten slotte geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra als voorzitter en G.L.M.J. Stevens en A.A.M. Mollee als leden, in tegenwoordigheid van I. Mos als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2009 .
(get.) A. Beuker-Tilstra.
(get.) I. Mos.
HD