ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6593
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- G.L.M.J. Stevens
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid
Appellante, geboren in 1941 in het voormalig Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die zij toeschrijft aan haar ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees haar aanvraag af omdat niet was aangetoond dat zij persoonlijk en direct was getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat zij wel degelijk directe oorlogservaringen had, waaronder verblijf in Japanse interneringskampen en het meemaken van razzia's en beschietingen.
De Raad stelde vast dat algemene oorlogsomstandigheden waaraan velen blootstonden, zoals ontwrichting van het gezinsleven en armoede, niet kwalificeren als oorlogsgeweld in de zin van de Wet. Uit onderzoek van archieven en dossiers bleek geen bevestiging van persoonlijke betrokkenheid bij specifieke oorlogscalamiteiten. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaarde het beroep ongegrond.
De uitspraak benadrukt dat erkenning als burger-oorlogsslachtoffer gebonden is aan individuele en directe betrokkenheid bij de in de wet omschreven gebeurtenissen, en niet aan algemene oorlogsomstandigheden.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en haar aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.