ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, werd door het UWV de WAO-uitkering geweigerd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens een onvoldoende arbeidskundige grondslag, ondanks een deugdelijke medische onderbouwing. Het UWV handhaafde de weigering na een nieuwe beoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige.
In hoger beroep bestreed appellante de medische en arbeidskundige beoordeling. De Raad oordeelde dat de medische gronden voldoende waren onderbouwd en dat de nieuwe arbeidskundige motivering pas in hoger beroep toereikend was gegeven. De Raad vernietigde het besluit van 29 mei 2008, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De werkgever nam als partij deel, maar zonder actieve rol in het proces. Appellante was niet aanwezig bij de zitting. De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige arbeidskundige beoordeling bij weigering van WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het besluit van 29 mei 2008 wordt vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.