ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6827
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante was sinds maart 1998 arbeidsongeschikt verklaard en ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering van 80 tot 100%. In 2006 werd zij herbeoordeeld volgens het aangepaste Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij geschikt was voor passend werk met een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 15%. Op grond hiervan trok het Uwv de WAO-uitkering per 31 juli 2006 in.
Appellante maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het bezwaarbesluit gegrond, vernietigde het besluit tot intrekking, maar handhaafde de rechtsgevolgen en wees griffierecht en proceskosten toe. De rechtbank vond dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende was, ondanks enkele gemotiveerde kanttekeningen.
In hoger beroep stelde appellante dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat de verzekeringsgeneeskundige protocollen voor overspanning en depressieve stoornis niet waren toegepast. De Raad overwoog dat deze protocollen pas vanaf 1 juli 2007 van toepassing zijn en derhalve niet relevant voor de beoordeling in 2006. Ook het beroep op andere protocollen was onvoldoende onderbouwd.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep van appellante, waarmee de intrekking van de WAO-uitkering definitief bleef.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.