ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf 28 september 2005 bijstand op grond van de WWB. Op 1 februari 2007 werd hij uitgenodigd voor een gesprek op 8 februari 2007 bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Midden-Langstraat, waarbij hij gewezen werd op zijn verplichting tot het verstrekken van alle relevante informatie.
Tijdens het gesprek weigerde appellant verder mee te werken toen hij zich overvallen voelde door de aanwezigheid van twee medewerkers, waarna het gesprek werd beëindigd. Het Dagelijks Bestuur trok daarop de bijstand met ingang van 8 februari 2007 in wegens schending van de inlichtingenverplichting. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard door de rechtbank.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het Dagelijks Bestuur bevoegd was om appellant uit te nodigen voor een gesprek met twee medewerkers en dat appellant verwijtbaar heeft gehandeld door het gesprek te weigeren. De Raad concludeert dat het recht op bijstand daardoor niet kan worden vastgesteld en bevestigt de intrekking van de uitkering. De psychische gesteldheid van appellant en zijn bezwaar tegen de aanwezigheid van twee personen bieden geen grond om de weigering te rechtvaardigen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.