ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugbetalingsverplichting WAO-uitkering door eigenrisicodrager werkgever
Appellante, een werkgever die sinds 1 juli 2004 eigenrisicodrager is voor de WAO, werd geconfronteerd met een verhaalsbesluit van het UWV om een WAO-uitkering van €13.155,48 terug te betalen die zij aan een werkneemster had voorgeschoten. De werkneemster was van 1 juni 1999 tot 1 januari 2000 in dienst geweest en viel op 7 oktober 1999 uit. Vanaf 1 april 2000 werkte zij als oproepkracht drie uur per week.
Appellante stelde in bezwaar dat zij onwetend was van de WAO-uitkering en dat zij zich op 1 april 2000 had vergewist van de situatie van de werkneemster, waarbij geen beperking bleek. Ook betwistte zij dat sprake was van hervatting in aangepast werk. De rechtbank oordeelde dat de keuze om eigenrisicodrager te worden de verantwoordelijkheid van appellante is en dat er geen bijzondere omstandigheden waren om af te wijken van de strikte toepassing van artikel 75a, vierde lid, van de WAO. De onderzoeksplicht van de werkgever werd benadrukt, mede gelet op de ziekmelding van de werkneemster.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze overwegingen en wijst erop dat het feit dat de werkneemster zich ziek meldde en slechts drie uur hervatte, voldoende aanleiding had moeten zijn voor appellante om nader onderzoek te doen. Het al dan niet ontvangen van het toekenningsbesluit of het ontbreken van melding in premieoverzichten doet hieraan niet af. De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt het vonnis van de rechtbank.
De Raad ziet geen aanleiding om appellante te veroordelen in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Schuttel en leden Schoor en de Kwaasteniet op 4 september 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever de WAO-uitkering aan het UWV moet terugbetalen.