ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens voortzetting dienstverband ondanks werktijdfactorverlaging
Appellante was docent met een tijdelijk dienstverband dat liep tot het einde van het schooljaar of het herstel van een zieke collega. Haar werktijdfactor werd gedurende het dienstverband verlaagd, maar haar functie en overige arbeidsvoorwaarden bleven ongewijzigd. Appellante meldde zich ziek en vroeg ziekengeld aan, dat door het UWV werd geweigerd omdat het dienstverband formeel nog bestond.
De rechtbank vernietigde het besluit van het UWV wegens onvoldoende motivering, maar oordeelde dat het UWV terecht ziekengeld had geweigerd omdat het dienstverband pas eind maart 2007 eindigde toen de collega volledig was hersteld. Appellante ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat de verlaging van de werktijdfactor slechts een gedeeltelijk verval van de betrekkingsomvang betrof en niet het einde van het dienstverband. Er was geen wijziging in functie of arbeidsvoorwaarden. De Raad oordeelde dat op grond van de relevante CAO en de Ziektewet geen recht op ziekengeld bestond vóór het formele einde van het dienstverband.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op ziekengeld vóór het formele einde van haar dienstverband.