ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens wisseling maatmanfunctie onvoldoende gemotiveerd
Appellante, werkzaam als administratief medewerker bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, kreeg een WAO-uitkering toegekend na ziekmelding in 1997 wegens psychische klachten. Na herbeoordeling in 2003 werd de uitkering ongewijzigd voortgezet, maar in 2006 trok het UWV de uitkering in op basis van een gewijzigde beoordeling van de maatmanfunctie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek naar haar belastbaarheid onvoldoende zorgvuldig was en dat de maatmanfunctie ongeschikt was. De Raad constateerde dat de medische en arbeidskundige motivering van het bestreden besluit niet deugdelijke was, mede door tegenstrijdigheden tussen rapporten van artsen en arbeidsdeskundigen.
De Raad vernietigde het besluit en beval het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij ook de opmerkingen van appellante over het rapport van Ponsioen betrokken moeten worden. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.