ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na professionele herbeoordeling ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant, werkzaam als medewerker slachthuis, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een eerstejaars herbeoordeling in 2001 werd een professionele herbeoordeling gepland. In 2005 vond deze herbeoordeling plaats, waarna het Uwv de uitkering verlaagde naar 15-25%.
Appellant voerde bezwaar aan met een beroep op het vertrouwensbeginsel, verwijzend naar een brief van het Uwv van 1 september 2004 die stelde dat bepaalde herbeoordelingen zouden worden afgeschaft. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat de brief geen toezegging inhield dat reeds aangekondigde herbeoordelingen niet zouden plaatsvinden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en benadrukte de ruime bevoegdheid van het Uwv tot onderzoek op grond van artikel 23 en Pro 36 van de WAO. De Raad oordeelde dat de brief van 1 september 2004 geen zodanige verwachting schept dat eerdere herbeoordelingen niet meer konden plaatsvinden en dat appellant had moeten navragen bij onduidelijkheid.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.