ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7870
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellante ontving sinds 1999 een WAO-uitkering vanwege diverse klachten, welke in 2001 werd ingetrokken na een herbeoordeling. Daarna meldde zij zich meerdere malen ziek op grond van fibromyalgie en carpaaltunnelsyndroom, met de laatste ziekmelding in juli 2006. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd zij per 24 augustus 2006 hersteld verklaard voor de geselecteerde functies en werd het recht op ziekengeld ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat na heroverweging werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar belastbaarheid ernstiger beperkt was dan vastgesteld. Zij overlegde medische rapportages van een arts voor arbeid en gezondheid.
De Raad oordeelde dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid of de geselecteerde functies bij WAO-beoordeling. De bezwaarverzekeringsarts had uitgebreid medisch en arbeidskundig onderzoek gedaan en concludeerde dat de beperkingen niet verder gingen dan eerder vastgesteld. De rapportages van de arts Hollander boden onvoldoende aanleiding tot twijfel, mede omdat hij appellante niet zelf had onderzocht en geen nieuwe gegevens aanleverde.
De Raad bevestigde dat het UWV op goede gronden heeft geconcludeerd dat appellante in staat is haar arbeid te verrichten en dat het recht op ziekengeld terecht is ingetrokken. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het recht op ziekengeld bevestigd.