ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7873
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en betekenis van verzekeringsgeneeskundig protocol bij beoordeling arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad die het besluit tot intrekking van een WAO-uitkering herzag en de uitkering herstelde op een lager niveau van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende aandacht had besteed aan alle in het verzekeringsgeneeskundig protocol genoemde aspecten bij de beoordeling van de functionele mogelijkheden van betrokkene met een depressieve stoornis. De Raad stelt echter dat het protocol slechts een hulpmiddel is en niet dwingend voorschrijft dat alle genoemde punten expliciet besproken moeten worden.
De Raad overweegt dat de beoordeling moet aansluiten bij de klachten en beperkingen die zich in het concrete geval voordoen. De bezwaarverzekeringsarts heeft voldoende gemotiveerd waarom bepaalde cognitieve beperkingen niet zijn aangenomen en heeft rekening gehouden met zowel psychische als lichamelijke beperkingen. De Raad vernietigt de opdracht tot een nieuw besluit op bezwaar, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering blijven in stand.