ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid volgens aangepast Schattingsbesluit
Appellant maakte bezwaar tegen de intrekking van zijn WAO-uitkering omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep stelde appellant dat hij ten onrechte volgens het aangepaste Schattingsbesluit was beoordeeld en dat de mate van arbeidsongeschiktheid onjuist was vastgesteld.
De Raad overwoog dat appellant behoort tot de groep personen waarop het aangepaste Schattingsbesluit tot 22 februari 2007 van toepassing was, en dat het Uwv terecht deze strengere regels heeft toegepast voor de beoordeling van de periode vóór die datum. Medische en arbeidskundige rapportages toonden aan dat appellant sinds 1 maart 2005 twintig uur per week werkte in een aangepaste functie, en er waren geen aanwijzingen dat zijn beperkingen werden onderschat.
De bezwaararbeidsdeskundige concludeerde dat het theoretisch verdienvermogen van appellant leidde tot een verlies van 12,55%, wat onder het wettelijke minimum van 15% ligt voor een WAO-uitkering. De Raad onderschreef deze conclusie en bevestigde dat de functies die appellant nog kon vervullen voldoende waren toegelicht. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en zag geen aanleiding om het Uwv in de proceskosten te veroordelen.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt volgens het aangepaste Schattingsbesluit.