ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7969
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- H.C.P. Venema
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van de WWB
Appellant ontvangt sinds 2003 bijstand en werd in 2006 gedeeltelijk ontheven van de verplichting om naar vermogen arbeid te verrichten, op basis van een medisch onderzoek. Na vernietiging van dit besluit wegens onzorgvuldig onderzoek, volgde een nieuw medisch onderzoek in 2007 dat leidde tot handhaving van de gedeeltelijke ontheffing.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, maar de Raad stelt vast dat de rechtbank niet de juiste maatstaf hanteerde. De verplichtingen tot arbeidsinschakeling zijn volgens artikel 9 WWB Pro van rechtswege aan de bijstand verbonden, en ontheffing kan slechts tijdelijk en bij dringende redenen worden verleend.
De Raad oordeelt dat het College terecht heeft vastgesteld dat er geen dringende redenen zijn voor volledige ontheffing. Het medisch rapport is zorgvuldig en inhoudelijk juist, en appellant is in staat deel te nemen aan een begeleid arbeidsinschakelingstraject. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing van arbeidsverplichtingen blijft gehandhaafd.