ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als produktiemedewerker kippenslachterij, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens klachten aan linkerarm, schouder en psychische klachten. Na een herbeoordeling in 2006 stelde de verzekeringsarts beperkingen vast in armbelasting en mentale belasting, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante ongeschikt was voor haar oorspronkelijke werk, maar geschikt voor andere functies, met een verlies aan verdienvermogen van 32%.
In de bezwaarfase werd het bezwaar deels gegrond verklaard en de WAO-uitkering herzien naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. De bezwaararbeidsdeskundige vond enkele functies ongeschikt, maar andere passend. Appellante betwistte in hoger beroep de medische grondslag en verwees naar aanhoudende klachten en onduidelijke oorzaak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beperkingen juist zijn vastgesteld en onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De bezwaararbeidskundige heeft voldoende gemotiveerd dat de geduide functies passend zijn en dat er geen overschrijding is van de belastbaarheid volgens de FML. Het beroep tegen het nieuwe besluit wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het nieuwe besluit over de arbeidskundige geschiktheid wordt ongegrond verklaard en de medische grondslag bevestigd.