ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid per 26 december 2005
Appellante was sinds 6 november 2001 arbeidsongeschikt vanwege nek- en schouderklachten en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% vanaf 5 november 2002. Het UWV trok deze uitkering per 26 december 2005 in, omdat de arbeidsongeschiktheid volgens medische rapporten was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschreef.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, maar de Raad vond geen reden om het eerdere oordeel te wijzigen. De rapporten van de bezwaarverzekeringsarts, met name het rapport van 20 maart 2007, waren overtuigend en toonden aan dat het neuropsychologisch onderzoek geen extra beperkingen rechtvaardigde. Ook het feit dat appellante na 18 juli 2006 volledig arbeidsongeschikt werd geacht, leidde niet tot een ander oordeel over haar situatie per 26 december 2005.
De Raad concludeerde dat appellante in staat was de aan het besluit ten grondslag gelegde functies te verrichten en bevestigde daarom het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 26 december 2005 wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.