ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem per 31 januari 2007 geen WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag en dat de functies geschikt waren voor appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen door een whiplash, zijn gevoeligheid voor fel licht zoals neonlicht, en zijn beperkte energie voor een volledige werkdag. Tevens stelde hij dat de functies belastingen bevatten die zijn mogelijkheden te boven gingen en dat hij niet over het vereiste opleidingsniveau beschikte.
De Raad overwoog dat appellant in wezen zijn eerdere bezwaren herhaalde, die reeds door de rechtbank waren beoordeeld. De medische onderbouwing van het besluit was gebaseerd op een uitgebreid rapport van de bezwaarverzekeringsarts, waarin de gebruikte gegevens en de weging daarvan duidelijk waren weergegeven. De aanvullende medische stukken van appellant waren onvoldoende om het besluit te ondermijnen.
Ook de arbeidskundige beoordeling, waarin werd vastgesteld dat appellant geschikt was voor de functies en het benodigde opleidingsniveau had, werd door de Raad onderschreven. De Raad concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het UWV onjuist had gehandeld en bevestigde de aangevallen uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende aannemelijkheid van onjuiste vaststelling van beperkingen.