ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8019
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens anticumulatie ondanks gedeeltelijke vrijspraak
Appellant ontving sinds 1974 een WAO-uitkering die werd ingetrokken vanwege inkomsten uit arbeid, vastgesteld in een anticumulatiebesluit van 2003. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit anticumulatiebesluit, waardoor dit besluit rechtens vaststond.
Appellant verzocht later om terugkeer van de WAO-uitkering, stellende dat hij sinds 2002 geen inkomsten meer had en dat hij het anticumulatiebesluit niet had ontvangen. Dit verzoek werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden. De gedeeltelijke vrijspraak in een strafzaak werd niet als nieuw feit erkend en deed niets af aan de rechtmatigheid van het intrekkingsbesluit.
De Raad oordeelde dat het beroep op het niet ontvangen van het anticumulatiebesluit buiten de beoordeling viel en dat dit eventueel via een herzieningsverzoek op grond van artikel 8:88 Awb Pro behandeld zou kunnen worden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en een veroordeling in proceskosten werd niet uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens anticumulatie en wijst het hoger beroep af.