ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens motiveringsgebrek
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat appellant terecht was herbeoordeeld op basis van het aangepaste Schattingsbesluit (aSb) en dat er geen medische beperkingen waren die een andere beoordeling rechtvaardigden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij meer medische beperkingen had, waaronder een allergie voor huisstofmijt die hem zou beletten bepaalde functies uit te oefenen, en dat het herbeoordelingsproces onrechtvaardig was. De Raad verwierp deze bezwaren, verwijzend naar eerdere uitspraken en het ontbreken van nieuwe medische gegevens die de beperkingen zouden aantonen.
De Raad constateerde echter een motiveringsgebrek in de aangevallen uitspraak met betrekking tot de toelichting op de functies die appellant zou kunnen vervullen. Daarom vernietigt de Raad het besluit van 2 juni 2006, verklaart het beroep gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van het besluit volledig in stand. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.