ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8146
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over beperkingen en belastbaarheid
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening van haar WAO-uitkering, waarbij het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid had verlaagd van 80-100% naar 15-25%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische beperkingen en de geschiktheid van de geduide functies voldoende waren gemotiveerd.
In hoger beroep stelde appellante dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende beperkingen bevatte en dat de voorgestelde functies voor haar niet haalbaar waren. De Raad overwoog echter dat appellante geen nieuwe feiten had ingebracht en dat de reeds aanwezige medische stukken door de rechtbank waren betrokken.
De Raad oordeelde dat het UWV het besluit mocht baseren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts, waarin de beperkingen uitgebreid waren onderbouwd. Hoewel de FML later werd aangepast, toonde de bezwaararbeidsdeskundige aan dat de geduide functies geen overschrijding van belastbaarheid lieten zien. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.