ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8374
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schatting premielonen 2003-2004 na creditering en nieuwe premienota's
Appellante, een Engels metsel- en voegbedrijf, nam na het faillissement van een ander bedrijf bijna alle werknemers over. Het UWV legde in juni 2004 premienota’s op gebaseerd op de aanname dat alle werknemers in Nederland verplicht verzekerd waren. Na onderzoek en een boekenonderzoek crediteerde het UWV deze nota’s en legde nieuwe premienota’s op gebaseerd op een schatting van premieloonsommen voor de in Nederland verrichte werkzaamheden.
Appellante maakte bezwaar tegen de nieuwe premienota’s, maar dit bezwaar werd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit eveneens ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV zorgvuldig te werk was gegaan bij de schatting.
In hoger beroep betoogde appellante dat de nieuwe premienota’s moesten vervallen en de oude nota’s uit juni 2004 moesten herleven, omdat volgens haar alle werknemers in Nederland verzekerd waren. De Raad oordeelde dat de vraag welke sociale verzekeringswetgeving van toepassing is niet tot dit geding behoort en dat vernietiging van het besluit op bezwaar niet tot herleving van de oude nota’s leidt.
De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de rechtbankuitspraak en bevestigde deze. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.