ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8402
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Toekenning verlengde WW-uitkering wegens gelijkstelling vakantiedagen met loondagen
Appellante was sinds 1977 werkzaam bij haar werkgever en werkte één dag per week. Haar loon bestond uit een all-in toeslag waarin ook vakantiegeld was inbegrepen, zonder aparte bepaling over vakantiegeld in de arbeidsovereenkomst. Na beëindiging van haar dienstverband vroeg zij een WW-uitkering aan, die door het Uwv werd toegekend voor slechts drie maanden omdat zij niet over 52 of meer dagen per jaar loon zou hebben ontvangen in de vijf voorafgaande kalenderjaren.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de vakantiedagen die zij opnam al waren betaald via het all-in loon en dus meegeteld moesten worden als loondagen voor de 4-uit-5-eis. De rechtbank wees haar beroep af, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 7:634 BW Pro de werknemer aanspraak heeft op ten minste vier vakantiedagen per jaar bij een volledige arbeidsduur. Hoewel niet exact kon worden vastgesteld op welke dagen appellante vakantie had genoten, was onbetwist dat zij deze daadwerkelijk had genoten. Hierdoor konden vier dagen per jaar worden gelijkgesteld met dagen waarover loon was ontvangen, zodat appellante over alle jaren 52 of meer dagen had gewerkt.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en bepaalde dat het Uwv met inachtneming hiervan opnieuw op het bezwaar moest besluiten. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante voldoet aan de 4-uit-5-eis door gelijkstelling van vakantiedagen, waardoor haar WW-uitkering verlengd moet worden.