ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAJONG-uitkering met ingang van 29 januari 2005 na aanvankelijke weigering
Appellante had aanvankelijk een aanvraag voor een WAJONG-uitkering afgewezen gekregen omdat zij op en na 28 augustus 2004 minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Na een nieuwe aanvraag in februari 2006 wees het Uwv deze opnieuw af op grond van een vermeende nieuwe ziekteoorzaak (psychische klachten) die niet bestond voor haar 17e verjaardag.
In hoger beroep stelde appellante dat zij al per 1 januari 2005 recht had op de uitkering vanwege toegenomen beperkingen. Het Uwv bracht haar echter pas met ingang van 29 januari 2005 in aanmerking voor de WAJONG-uitkering, rekening houdend met de wettelijke eis dat de arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken moet hebben geduurd.
De Raad oordeelde dat het Uwv het bestreden besluit 1 terecht had herroepen en het bestreden besluit 2 juist was, omdat de toegenomen arbeidsongeschiktheid pas vanaf 29 januari 2005 aanspraak gaf op de uitkering. Het beroep tegen het bestreden besluit 2 werd ongegrond verklaard. Tevens werd het Uwv veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de vertraagde uitbetaling en tot betaling van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: De WAJONG-uitkering wordt toegekend met ingang van 29 januari 2005, het eerdere besluit tot weigering wordt vernietigd, en het Uwv wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.