ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- K. Zeilemaker
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Ontslag op andere gronden wegens onaanvaardbare verstoring door privéomstandigheden
Betrokkene, werkzaam als hoofdagent basispolitiezorg bij de politieregio Limburg Zuid, werd in 2003 buiten functie gesteld vanwege een intern onderzoek naar klachten tegen hem. Uit het onderzoek bleek dat zijn privéomstandigheden, waaronder ernstige conflicten met zijn (ex-)echtgenote, leidden tot frequente politie-interventies en een verstoring van de werksituatie.
In 2005 verleende de Korpsbeheerder betrokkene eervol ontslag, primair wegens onbekwaamheid, subsidiair op andere gronden. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde dat het peilmoment voor beoordeling het tijdstip van bezwaarbeslissing was, en oordeelde dat de verstoring niet voldoende was aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep corrigeerde dit en stelde dat het peilmoment de datum van beëindiging van het dienstverband is. De Raad vond dat de Korpsbeheerder terecht het ontslag op andere gronden handhaafde, omdat de privéproblemen van betrokkene en zijn houding daartoe leidden dat de samenwerking niet langer vruchtbaar was. Ondanks de moeilijke persoonlijke situatie van betrokkene, was de impact op de organisatie onaanvaardbaar.
De Raad concludeerde dat de Korpsbeheerder in redelijkheid tot ontslag kon besluiten en verklaarde het beroep tegen het besluit van 10 februari 2006 ongegrond. Proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het ontslagbesluit wordt ongegrond verklaard en het ontslag op andere gronden bevestigd.