ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8657
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens blijvende ongeschiktheid militair zonder herplaatsingsplicht
Appellant, een beroepsmilitair sergeant eerste klasse, was sinds 4 juli 2001 wegens gezondheidsklachten arbeidsongeschikt. Op 8 april 2004 werd hem eervol ontslag verleend op grond van blijvende ongeschiktheid volgens artikel 39 AMAR Pro. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 22 mei 2007 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De kern van het geschil betrof de vraag of de staatssecretaris gehouden was tot herplaatsingsinspanningen en uitvoering van de inspanningsverplichtingen uit artikel 94 AMAR Pro, mede gelet op de datum van eerste ziektedag. De Raad oordeelde dat appellant vanaf 4 juli 2001 onafgebroken ongeschikt was en dat de staatssecretaris terecht die datum als eerste ziektedag heeft gehanteerd, waardoor de Wet verbetering poortwachter niet van toepassing was.
Voorts stelde de Raad vast dat noch de regelgeving noch de Nota Reïntegratie dienstongeschikte militairen een verplichting opleggen tot herplaatsingsonderzoek of volledige inzet van re-integratie-instrumenten voorafgaand aan ontslag. De staatssecretaris had zich voldoende ingespannen voor externe herplaatsing, ondanks de onjuiste hersteldmelding in 2002. De brief van 13 november 2002 bevatte geen ondubbelzinnige toezegging tot re-integratie. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en proceskostenvergoeding wordt niet toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wegens blijvende ongeschiktheid wordt bevestigd zonder herplaatsingsplicht.