ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8671
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vernietiging van rechtbankuitspraak wegens motiveringsgebrek
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt wegens rugklachten, kreeg zijn WAO-uitkering herzien van 35-45% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid per 26 december 2006. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard door het UWV. De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel, maar verklaarde het beroep ongegrond, wat de Centrale Raad van Beroep onjuist achtte.
De Raad stelde vast dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant bracht geen nieuwe medische gegevens in die een hogere mate van beperking zouden onderbouwen. De arbeidskundige onderbouwing van het besluit werd uiteindelijk als deugdelijk gemotiveerd beoordeeld.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank omdat het dictum niet strookte met de overwegingen en verklaarde het beroep gegrond. Het bestreden besluit werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed. De Raad bevestigde daarmee de inhoudelijke juistheid van de herziening van de WAO-uitkering ondanks procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.