ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8759
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn door Centrale Raad van Beroep
Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen een eerdere uitspraak over een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De procedure duurde bijna vijf jaar, waarbij de Raad constateerde dat de redelijke termijn in hoger beroep van drie jaar en vier maanden was overschreden.
De Staat erkende de overschrijding en stelde een vergoeding van € 1.000 voor, terwijl betrokkene een hogere vergoeding van € 1.500 eiste op grond van de duur van de overschrijding. De Raad verwierp het verzoek van de Staat om de Raad voor de Rechtspraak als vertegenwoordiger aan te merken en handhaafde de minister van Justitie als partij.
De Raad beoordeelde de overschrijding aan de hand van de omstandigheden van het geval en jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. De totale duur van de procedure was vijf jaar en tien maanden, wat een overschrijding van één jaar en tien maanden betekent ten opzichte van de redelijke termijn van vier jaar.
De Raad achtte deze overschrijding niet gerechtvaardigd en kende een schadevergoeding toe van vier maal € 500, oftewel € 2.000. Tevens werd de Staat veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 322 voor betrokkene.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van € 2.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.