ECLI:NL:CRVB:2009:BJ8760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvordering bijstand wegens onvoldoende bewijs gezamenlijke huishouding
Appellant voerde hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht die het bezwaar van appellant tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Utrecht ongegrond verklaarde, waarbij bijstand aan partner B. werd ingetrokken en teruggevorderd wegens een vermeende gezamenlijke huishouding.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van het Team Handhaving onvoldoende grondslag bood om te concluderen dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van B. en dat de verklaringen van appellant, B. en buurtbewoners onvoldoende bewijs leverden voor een gezamenlijke huishouding in de relevante periode.
Daarmee was niet voldaan aan de criteria van artikel 3, derde lid, WWB, en was het besluit van 28 november 2006 niet deugdelijk gemotiveerd. De Raad vernietigde de aangevallen uitspraak voor zover de rechtsgevolgen van dat besluit in stand waren gelaten en herroept het primaire besluit van 24 april 2006 betreffende de terugvordering van bijstandskosten van appellant.
Ten slotte veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand van appellant wordt herroepen wegens onvoldoende bewijs van gezamenlijke huishouding.