ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering voor TBS-gedetineerde zonder nieuwe feiten
Appellant ontvangt sinds 1995 een WAO-uitkering en is veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf met TBS met dwangverpleging. In 2001 werd zijn WAO-uitkering ingetrokken omdat hij sinds 1 mei 2000 gedetineerd was. Appellant maakte geen bezwaar tegen dit besluit, waardoor het rechtsgeldig werd.
In 2007 verzocht appellant om heropening van de WAO-uitkering, verwijzend naar jurisprudentie uit 2004. Het UWV weigerde dit omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren en de situatie van appellant als TBS-er onveranderd was gebleven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de situatie van TBS met dwangverpleging gelijkgesteld kan worden aan detentie.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep deze overwegingen. De Raad stelt dat nieuwe jurisprudentie op zichzelf geen grond vormt om een onherroepelijk besluit te doorbreken. De longstay-status in een TBS-inrichting verandert hier niets aan. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om de WAO-uitkering te heropenen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.