ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was werkzaam als productiemedewerkster tot juni 2002 en ontving daarna een WW-uitkering. Vanaf juni 2006 meldde zij zich ziek wegens psychische klachten en kreeg een Ziektewetuitkering toegekend. Na onderzoek door verzekeringsarts Batelaan besloot het UWV dat zij vanaf 19 februari 2007 niet langer recht had op ziekengeld omdat zij niet meer arbeidsongeschikt was.
Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen op basis van een rapportage van bezwaarverzekeringsarts Coehoorn, die een psychodiagnostisch onderzoek liet verrichten. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellante geen aanvullende medische gegevens had overgelegd die een grotere beperking aannemelijk maakten.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt over ernstige psychische klachten, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts. De psychische problematiek werd als minder ernstig beoordeeld dan aanvankelijk aangenomen, met beperkingen die overeenkomen met eerdere rapportages. De Raad zag geen reden om het besluit van het UWV te vernietigen en wees het verzoek om schorsing af omdat voldoende gelegenheid was geweest om medische gegevens te overleggen.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante wordt per 19 februari 2007 beëindigd wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.