ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9056
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en beëindiging ZW-uitkering wegens voldoende medische grondslag
Appellante ontving een WAO-uitkering die werd herbeoordeeld door het UWV, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat zij in staat is lichte, niet-vermoeiende arbeid te verrichten. De uitkering werd daarom ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat zij door fysieke en psychische klachten niet in staat is te werken en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) haar beperkingen onvoldoende weerspiegelt. De Raad overwoog dat de medische informatie, waaronder die van een psychiater, was meegewogen door de bezwaarverzekeringsarts en dat er geen aanwijzingen waren voor een onjuiste inschatting van haar belastbaarheid. Ook de arbeidskundige beoordeling dat zij de geselecteerde functies kan verrichten werd onderschreven.
Ten aanzien van de Ziektewet-uitkering werd eveneens bevestigd dat appellante in staat is de WAO-functies te verrichten. De Raad vond geen aanleiding voor een ander oordeel en bevestigde de aangevallen uitspraken. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de intrekking van de WAO-uitkering en de beëindiging van de ZW-uitkering per respectievelijk 13 september 2007 en 7 november 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering en beëindiging van de ZW-uitkering worden bevestigd wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag.