ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9067

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
30 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6333 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak UWV-zaak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van de uitspraak van 10 september 2008 inzake een geschil met het UWV. Het verzoek tot herziening werd ingediend met aanvullende stukken, waaronder medische verklaringen en een huisartsjournaal.

De Raad heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten of omstandigheden. De Raad concludeerde dat de overgelegde documenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten die een herziening rechtvaardigen.

Ook is geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb. Partijen waren niet aanwezig bij de zitting. De Raad besloot daarom het verzoek om herziening af te wijzen en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

08/6333 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 september 2008 (06/7383 ZW),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 30 september 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 10 september 2008 (06/7383 ZW).
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 augustus 2009. Partijen zijn met kennisgeving niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 7 januari 2008 en de daarbij overgelegde brieven van de oefentherapeute Cesar van 10 november 2003, 7 mei 2005, 6 april 2006 en 9 april 2006 en het huisartsjournaal van 4 april 2006.
2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.2. De Raad acht echter noch in het aanvullend verzoekschrift, noch in de daarbij overgelegde stukken enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb gelegen. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van J.M. Tason Avila als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 september 2009.
(get.) C.P.J. Goorden.
(get.) J.M. Tason Avila.
EK