ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering met instandhouding rechtsgevolgen
Appellante, voormalig projectmanager, meldde zich arbeidsongeschikt met diverse klachten en ontving een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van 44%. Het UWV stelde bij besluit de mate van arbeidsongeschiktheid en de duur van de uitkering vast, waartegen appellante bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor het onderdeel van de resterende verdiencapaciteit en vernietigde dat deel van het besluit, terwijl het beroep tegen de duur van de WGA-uitkering niet-ontvankelijk werd verklaard.
In hoger beroep betwistte appellante de medische grondslag van het besluit, stellende dat haar beperkingen onvoldoende waren vertaald en dat een onafhankelijke arts had moeten worden ingeschakeld. De Raad overwoog dat de rechtbank ten onrechte het beroep gegrond verklaarde en dat de vaststelling van de resterende verdiencapaciteit en de duur van de WGA-uitkering geen zelfstandige deelbesluiten zijn, waardoor gedeeltelijke vernietiging niet mogelijk is.
De Raad onderschreef de medische beoordeling van het UWV en vond dat de functies passend waren, mede op basis van een correcte Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Ook achtte de Raad het terecht dat het UWV de gehele duur van de WW-uitkering in mindering bracht op de WGA-uitkering. Het bestreden besluit werd vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing in eerste aanleg, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het UWV wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.