ECLI:NL:CRVB:2015:4981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling duur loongerelateerde WGA-uitkering door UWV
Appellante was werkzaam als [functie] en viel op 7 december 2009 uit. Het UWV kende haar op 15 december 2011 een loongerelateerde WGA-uitkering toe met een einddatum van 9 mei 2012. Na bezwaar werd deze einddatum verlengd tot 19 juni 2012. Vervolgens beëindigde het UWV de loongerelateerde WGA-uitkering per 20 juni 2012 en kende een WGA-loonaanvullingsuitkering toe.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het UWV ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV de uitkering terecht had beëindigd en een loonaanvullingsuitkering had toegekend. Appellante stelde dat het UWV ten onrechte de gehele periode van WW-uitkering in mindering had gebracht op de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 59 van Pro de Wet WIA de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering drie maanden bedraagt, verlengd met een maand per volledig kalenderjaar arbeidsverleden boven drie jaar, met een maximum van 38 maanden. Artikel 59 lid 3 bepaalt Pro dat de duur verminderd wordt met de duur van de ontvangen loongerelateerde WW-uitkering, ongeacht of deze geheel of gedeeltelijk was. De Raad bevestigde dat het UWV de gehele periode van 316 WW-uitkeringsdagen terecht in mindering bracht.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de duur van de loongerelateerde WGA-uitkering correct heeft vastgesteld en wijst het hoger beroep af.