ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens schending Awb-procedures
Appellant, voormalig hoofd bedrijfsbureau, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 45-55%. Het UWV besloot deze uitkering in te trekken per 17 juli 2006, omdat appellant geschikt werd geacht voor zijn eigen werk of soortgelijk werk bij andere werkgevers. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond wegens ondeugdelijke motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV in strijd heeft gehandeld met artikel 7:9 Awb Pro door appellant niet te laten reageren op nadere medische rapporten en het voornemen tot intrekking niet kenbaar te maken. De medische beoordeling door de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige wordt wel als juist bevestigd. De Raad vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:9 en Pro 7:12 Awb, maar laat de rechtsgevolgen van de intrekking per toekomstige datum in stand.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevestigt dat het UWV bevoegd is een uitkering per toekomstige datum in te trekken, mits de procedurele waarborgen worden gerespecteerd.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van procedurele bepalingen, maar de rechtsgevolgen van de intrekking per toekomstige datum blijven in stand.