ECLI:NL:CRVB:2005:AT9802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en toepassing verbod reformatio in peius bij bezwaarprocedure
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht die het besluit tot herziening van een WAO-uitkering vernietigde wegens strijd met het verbod op reformatio in peius. Het primaire besluit van 12 maart 1999 bepaalde een arbeidsongeschiktheidsklasse van 55 tot 65%, waarna een bezwaarprocedure leidde tot een herziening naar 45 tot 55% met ingang van 23 oktober 1999.
De rechtbank oordeelde dat deze herziening een verslechtering van de positie van de betrokkene betekende en daarmee in strijd was met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Uwv stelde in hoger beroep dat herziening met ingang van een toekomstige datum toelaatbaar is en niet leidt tot een onrechtmatige verslechtering in bezwaar.
De Raad bevestigde dat het Uwv verplicht is tot herziening van de uitkering bij afname van arbeidsongeschiktheid en dat deze herziening ook via de bezwaarprocedure kan plaatsvinden zonder strijd met het verbod op reformatio in peius, mits betrokkene niet onredelijk wordt beperkt in zijn verweermogelijkheden. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor nadere beoordeling, waarbij ook de proceskostenveroordeling voorwaardelijk aan het Uwv wordt opgelegd.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nadere behandeling.