ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om blijvende aanvulling WAO-uitkering en immateriële schadevergoeding wegens geen beroepsziekte
Appellant, werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft vanaf 1995 langdurig ziekteverzuim gehad en ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering. Hij verzocht om een blijvende aanvulling op zijn uitkering en een immateriële schadevergoeding wegens een vermeende beroepsziekte.
De minister wees deze verzoeken af, waarna appellant bezwaar maakte en later beroep instelde. Na een medisch onderzoek door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) werd geconcludeerd dat er geen sprake was van een beroepsziekte. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep bevestigden deze conclusie.
De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant en zijn gemachtigde voldoende gelegenheid hadden gehad om relevante medische informatie aan te leveren. Het rapport van het NCvB werd als betrouwbaar beschouwd, en er waren geen andere medische rapporten die dit in twijfel trokken.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraken, waarmee de minister terecht de verzoeken van appellant heeft afgewezen. Er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellant geen recht heeft op een blijvende aanvulling op de WAO-uitkering en geen immateriële schadevergoeding wegens het ontbreken van een beroepsziekte.