ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9386

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-6251 AOW-V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet ongegrond wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep AOW

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante stelde in het verzet dat zij het griffierecht wel had voldaan, maar dit bleek niet het geval te zijn. De Raad vond geen reden om het eerdere oordeel te herzien en verklaarde het verzet ongegrond.

De zitting vond plaats op 21 augustus 2009, waarbij partijen niet verschenen. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante in verzuim was gebleven door het griffierecht niet tijdig te betalen. Er werd geen aanleiding gezien om het verzet toe te wijzen of appellante te veroordelen in de kosten van het verzet.

De uitspraak werd gedaan door rechter T.G.M. Simons in aanwezigheid van griffier M. Koopman op 2 oktober 2009.

Uitkomst: Het verzet van appellante wordt ongegrond verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

08/6251 AOW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats], (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 19 september 2008, 07/3059 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 2 april 2009 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 2 april 2009 heeft appellante verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 21 augustus 2009, waar partijen met voorafgaand bericht niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 2 april 2009 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de gestelde termijn is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
In het verzetschrift heeft appellante aangevoerd dat zij het verschuldigde griffierecht wèl heeft betaald. Gebleken is echter dat dit niet het geval is. Ook overigens heeft de Raad geen aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat de uitspraak van de Raad van 2 april 2009 niet in stand behoort te blijven.
Dit betekent dat het verzet ongegrond dient te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de kosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van M. Koopman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2009.
(get.) T.G.M. Simons.
(get.) M. Koopman.
DW