ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van terugvordering WAO-uitkering en maatmaninkomen dga accountant
Appellant, werkzaam als directeur-grootaandeelhouder (dga) en accountant, ontving een WAO-uitkering vanaf 1987 met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV stelde het maatmaninkomen en de inkomsten uit arbeid vast over de jaren 1999 tot en met 2002 en vorderde onverschuldigd betaalde uitkeringen terug. Appellant voerde aan dat het UWV onjuist rekening hield met bepaalde posten in de administratie van zijn vennootschappen, waaronder pensioendotaties en voorzieningen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, stellende dat de gehanteerde uitgangspunten reeds in eerdere uitspraken van de Raad juist waren bevonden en dat appellant gehouden is aan zijn formele werknemersstatus zoals die aan de fiscus is gepresenteerd. De Raad bevestigt dit oordeel en verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat pensioendotaties als inkomsten uit arbeid kwalificeren, ook als een dga zelf bepaalt welk deel van het salaris als pensioen wordt gereserveerd.
De Raad constateert dat appellant geen zelfstandige grieven heeft ingebracht tegen de terugvorderingsbesluiten en ziet geen aanleiding om van eerdere rechtspraak af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.