ECLI:NL:CRVB:2008:BF6780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten UWV over WAO-uitkering DGA wegens onjuiste toepassing artikel 44 WAO
Appellant, een directeur-grootaandeelhouder (DGA), ontving sinds 1997 een WAO-uitkering. Het UWV had op grond van artikel 44 van Pro de WAO de uitkering gekort en deels ingetrokken wegens inkomsten uit arbeid, en daarnaast te veel betaalde bedragen teruggevorderd. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het WAO-gedeelte van zijn salaris niet als inkomsten uit arbeid mocht worden aangemerkt en dat pensioenpremies niet tot het inkomen behoorden. Ook betwistte hij de terugvordering omdat hij zijn inkomen altijd correct had opgegeven. De Raad oordeelde dat het UWV het WAO-gedeelte van het salaris terecht niet als inkomen had gerekend en dat de pensioenpremie wel bij het inkomen hoorde, gezien de discretionaire bevoegdheid van de DGA.
De Raad stelde echter vast dat het UWV vanaf 1 januari 2002 niet had onderzocht of de korting terecht was, omdat appellant toen zijn werkzaamheden had verminderd en zijn functie had beëindigd. Daarom vernietigde de Raad de besluiten en verwees de zaak terug voor nader onderzoek naar de juiste mate van arbeidsongeschiktheid en inkomsten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: De besluiten van het UWV worden vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek en besluitvorming.