ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9658
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant verzocht om een WAO-uitkering die door het UWV werd geweigerd vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na eerdere procedures vernietigde de Raad van 4 augustus 2006 het besluit van het UWV wegens onjuiste functieselectie bij de schatting van de verdiencapaciteit.
Het UWV stelde vervolgens een nieuwe functiereeks vast, waaronder de functie naaister-stikster meubelkleding, samensteller metaalproducten, samensteller electrotechnische producten, medewerker vul- en stikwerk en fotolaborant. Appellant voerde aan dat enkele functies, met name naaister-stikster meubelkleding, ongeschikt zouden zijn vanwege werktijden en prestatiebeloning.
De Raad concludeerde echter dat er geen toeslag voor afwijkende arbeidstijden in het loon was opgenomen en dat de prestatiebeloning geen invloed had op het mediane loon. De functies werden als passend beoordeeld en het verlies aan verdiencapaciteit bleef onder de 15%.
Daarmee heeft het UWV het bestreden besluit correct uitgevoerd en het hoger beroep van appellant slaagt niet. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.