ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9681
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid als telefoniste
Appellante, voorheen telefoniste voor 28 uur per week, meldde zich ziek wegens vermoeidheid en rugpijn. Na meerdere medische onderzoeken, waaronder door een verzekeringsarts en specialisten, werd zij per 1 mei 2007 hersteld verklaard voor haar functie voor 18 uur per week. Het UWV beëindigde daarop haar recht op ziekengeld.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de bezwaarverzekeringsarts verklaarde het bezwaar ongegrond op basis van medisch onderzoek waaruit bleek dat haar klachten geen beperkingen voor haar werk opleverden. De rechtbank bevestigde dit oordeel en wees op het ontbreken van psychische beperkingen en de lichte fysieke belasting van haar functie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij nog steeds klachten had en overhandigde medische informatie over haar aandoening thalassemie en pijnklachten. De Raad overwoog dat volgens artikel 19 Ziektewet Pro recht op ziekengeld bestaat bij ongeschiktheid tot de laatst verrichte arbeid. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en de medische bevindingen dat appellante haar werk kan verrichten. De aangevoerde medische gegevens bevatten geen nieuwe feiten die tot een ander oordeel leiden.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door C.P.J. Goorden op 30 september 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld bevestigt.