ECLI:NL:CRVB:2009:BJ9687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, voormalig medewerkster wasserij, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2006 concludeerde een verzekeringsarts dat zij beperkingen had, maar geschikt was voor bepaalde functies zonder overschrijding van haar belastbaarheid. Op basis hiervan trok het UWV de WAO-uitkering in per 4 december 2006.
Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat de motivering van het UWV onvoldoende was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep overwoog de Raad dat het medisch onderzoek door de verzekeringsarts en de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig was, inclusief psychiatrisch onderzoek en beoordeling van psychische klachten.
De arbeidsdeskundige had de belastbaarheid van appellante beoordeeld aan de hand van drie functies, waarbij het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bleek. De Raad vond de motivering van deze beoordeling voldoende en concludeerde dat het UWV terecht de WAO-uitkering had ingetrokken. Nieuwe medische informatie in hoger beroep was niet doorslaggevend omdat deze geen nieuwe feiten bevatte en betrekking had op een latere periode.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd wegens voldoende zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.